Bodem van de groeiplaats van de boom. De grond moet luchtig zijn, voldoende organische stof bevatten, en bodemleven bevatten zoals wormen. De gezondheid van de boom begint bij een goede bodem.

Bodemverbetering

Groeiplaatsverbetering (of standplaatsverbetering) kan de gezondheid van een boom bevorderen. De boom is afhankelijk van de bodem; de wortels nemen water en voedingsstoffen op. Het bodemleven produceert veel belangrijke voedingstoffen.

Afsteken van graszoden en bepalen van de groeiplaatsgrootte.

De bodem kan verdicht raken door intensief gebruik, tuinonderhoud, bestrating, of doordat de grond wordt dichtgereden of dichtgelopen.

Graszoden verwijderen en wortels zo min mogelijk beschadigen.

Door klimaatverandering zijn er langere periodes van hitte en droogte, maar ook van hevige regenval. Verdichte grond zonder bodemleven kan regenwater niet goed opnemen en vasthouden. Hierdoor krijgen de wortels en het bodemleven een gebrek aan water, of staan ze juist te lang onder water, waardoor ze stikken.

Met een woelriek de bodem luchtig maken.

Wanneer bladeren en takjes steeds worden opgeruimd, verdwijnt de natuurlijke voeding. Hierdoor sterft het bodemleven langzaam uit en krijgt de boom steeds minder voedingsstoffen. De boom verzwakt en wordt vatbaarder voor ziektes.

Schimmeldominante humus als toplaag.

Met groeiplaatsverbetering wordt de verdichte grond weer losgemaakt en gevoed met humus en nuttige schimmels. Zo krijgt het natuurlijke ecosysteem in de bodem weer een kans om te herstellen. Regenwormen en micro-organismen keren terug, houden de bodem luchtig, en zorgen voor voedingsstoffen. De boom wordt hierdoor weer veerkrachtiger en gezonder.